Andersom didactiek

Bij de andersom didactiek  leggen de leerlingen zelf hun oplossing uit, dus  de leerling zelf is eigenaar van de oplossing.

Neem als voorbeeld een reken-probleem. Normaal luidt de vraag daarbij “wat komt eruit?” Bij onderzoekende didactiek is het net andersom. Je hebt hetzelfde probleem nu mèt oplossing en vraagt aan de leerling “puzzel uit hoe je aan het antwoord komt.” De leerling komt dan met een oplossingsrecept waarmee je nieuwe opgaven die daarop lijken kunt oplossen. Precies wat je wilt in het onderwijs. Tijdens het uitpuzzelen vormt de leerling een denkspoor in zijn hoofd met het oplossingsrecept om tot het antwoord te komen. De leerling legt dus uit en is daarmee eigenaar van de oplossing.

Andersom didactiek bij individuele begeleiding luidt dus “geef een probleem mèt antwoord en vraag de leerling uit te puzzelen hoe je aan het antwoord komt.”


Klassikale ondersteuning

Leerkrachten geven klassikale ondersteuning door met een onderwijsleergesprek een voorbeeld op het bord uit te werken. Meestal volgt na het eerste voorbeeld nog een tweede voorbeeld. Vaak wordt dan het eerste voorbeeld uitgeveegd om op een net schoon bord het tweede voorbeeld uit te werken. Zonde, laat staan dat eerste voorbeeld! Vervolgens komt het tweede voorbeeld ernaast. Ben je dan klaar? Nee, dan begint het abstraheren voor de leerling: “wat doe je in het linker en rechter voorbeeld hetzelfde?” Onder deze twee voorbeelden komt vervolgens het oplossingsrecept om dit soort problemen op te lossen. Liever nog schrijft iedere leerling het oplossingsrecept in zijn eigen woorden in een “denkschrift”.

Andersom didactiek bij klassikale ondersteuning luidt dus: “werk een voorbeeld uit, een tweede voorbeeld ernaast en laat de leerling uitpuzzelen wat je in het linker en rechter voorbeeld hetzelfde doet.”


Onderzoek

Tijdens onderzoek met rekenen in groep 6 werd de methode Wereld in Getallen aangepast met uitwerkingen. Na een half jaar gebruik van deze andersom didactiek ging in een klas de helft van de leerlingen een Cito-niveauscore vooruit. Opvallend was dat een leerling met niveau E (een zwakke rekenaar) omhoog ging naar D en een leerling met niveau B (een betere rekenaar) omhoog ging naar A of A+. Dus zowel zwakke als sterke leerlingen gaan vooruit bij de andersom didactiek waarbij de leerling uitlegt. 

Bij onderzoek op de Pabo verdubbelde de vooruitgang bij rekenen met behulp van de andersom didactiek.