Aanpassen methode

Traditionele en realistische rekenmethoden bestaan hoofdzakelijk uit opgaven waarvan de leerling de oplossing moet berekenen.  Bij de anderom didactiek werkt het rekenmateriaal andersom: hetzelfde probleem is geheel uitgewerkt, dus de oplossing is gegeven. De vraag aan de leerling is om uit te puzzelen hoe je aan de gegeven oplossingen komt. Zo verkrijgt de leerling in zijn eigen woorden een oplossingsrecept waarmee je de volgende opgaven kunt oplossen. Vervolgens oefent de leerling zijn oplossingsrecept met voorbeelden waarvan niet de gehele uitwerking is gegeven, maar slechts de uitkomst.  Daarmee kan de leerling zijn oplossingsrecept op juistheid controleren. De andersom didactiek bestaat dus uit 1) vind de grote lijn en 2) herken die grote lijn in nieuwe situaties.


Leerling

Aan de hand van minstens twee uitgewerkte voorbeelden schrijft de leerling zijn oplossingsstrategie op in zijn eigen woorden. Deze oplossingsstrategie kan de leerlingen altijd teruglezen en bij voortschrijdend inzicht desgewenst aanpassen. Bij voorbeeldgestuurde didactiek ga je uit van opgeloste opgaven en de vraag aan de leerling luidt “puzzel uit hoe je aan de oplossing komt.” Het eindresultaat is een oplossingsrecept waarmee je een nieuwe opgave kunt oplossen. De vraag of het antwoord goed of fout is, blijft achterwege. Vandaar dat de voorbeeldgestuurde didactiek ook wel wordt genoemd “lesgeven vanuit de onzekerheid”. Zowel meisjes als jongens profiteren van de om hun oplossingsstrategie in eigen woorden op te schrijven die ze bij nieuwe opgaven kunnen toepassen (Boltjes, 2004).


Leerkracht

De leerkracht ondersteunt individuele leerlingen door slechts het geven van voorbeelden.  De leerkracht verwoordt dus niet de oplossingsstrategie of delen daarvan, maar geeft enkel met voorbeelden of tegenvoorbeelden de consequenties weer van de verwoording van de leerling om deze te helpen zijn eigen oplossingsstrategie verder te ontwikkelen.  

De leerkracht ondersteunt klassikaal door aan de hand van een onderwijsleergesprek samen met de leerlingen een opgave uit te werken op het bord. Vaak volgt een tweede voorbeeld daarvoor wordt meestal eerst het bord schoongemaakt. Zonde, dan doe je jezelf als leerkracht tekort! Laat het eerste voorbeeld staan. Het tweede voorbeeld komt ernaast en dan begint het abstraheren: wat zijn de overeenkomsten en verschillen van beide voorbeelden? Zo ontstaat ook op het bord het oplossingsrecept van dit soort opgaven. Het oplossingsrecept dat je in nieuwe situaties kunt toepassen om dit soort opgaven op te lossen: precies wat je wilt in het onderwijs. Het uiteindelijke doel is dat de leerling niet alleen de bewoording van de leerkracht tijdens het onderwijsleergesprek begrijpt, maar dat de leerling zijn eigen oplossingsrecept onder woorden brengt.